Binnen GroenLinks suddert de discussie over de positie van Tweede Kamerlid Mariko Peters rustig voort. Menig politicus in haar positie zou immers reeds opgestapt zijn. De steeds weer licht oplaaiende discussie over de zaak Peters, onttrekt echter een belangrijkere – want politiek-inhoudelijke – discussie al snel weer aan het zicht. Namelijk de discussie over diverse energiebronnen, die recent opspeelde naar aanleiding van de kolencentrale in de Eemshaven. Een interessant onderwerp, dat het niet verdient om zo snel weer aan het zicht onttrokken te worden door een partij-interne discussie over de positie van een individueel Tweede Kamerlid.
Terwijl natuurorganisaties een bouwstop eisten nadat de Raad van State de bouwvergunning voor een kolencentrale in de Eemshaven had vernietigd, stelde het College van Gedeputeerde Staten bij monde van Wiebe van der Ploeg dat de bouw gewoon door kon gaan in afwachting van een nieuwe vergunning. Terwijl de statenfractie van GroenLinks nog eens benadrukte tegen kolencentrales te zijn, liet gedeputeerde Van der Ploeg (ook GroenLinks) weten niet onder de indruk te zijn van de acties van de natuurorganisaties of een mogelijke gang naar de rechter, omdat desnoods nog een gedoogvergunning kan worden verleend hangende de verlening van een nieuwe bouwvergunning, vanwege de grote belangen die meespelen.
We hebben hier dus enerzijds een partij die zeer duidelijk is in haar standpunt over kolencentrales. Anderzijds een gedeputeerde van diezelfde partij die verdedigt dat de bouw van een kolencentrale doorgaat, ook al is de vergunning vernietigd op milieugronden. De statenfractie wijst er terecht op dat de positie en bijbehorende verantwoordelijkheid van de statenfractie een andere is dan die van de gedeputeerde. Toch raken we hier aan een fundamenteel probleem voor een partij die zichzelf toch als regierungsfähig beschouwt, niet alleen in de gemeente en de provincie, maar ook landelijk.
In de provincie Groningen hebben we te maken met een zogenaamd Paars Pluscollege van PvdA, VVD, D66 en GroenLinks. Een combinatie waarvan in de laatste coalitieonderhandelingen in Den Haag ook sprake is geweest. En wat hier aan de dag komt, is dat het stellige standpunt van GroenLinks, samen te vatten als ‘Kappen met kolen!‘, ondanks de deelname van die partij aan het provinciebestuur kennelijk niet tot beleid is geworden. Dit roept de vraag op of GroenLinks dit in een landelijke coalitie wel had kunnen verwezenlijken. De uitgesproken stellingname van GroenLinks maakt ook dat het moeilijk is tot een compromis te komen. Iedere kolencentrale is er één te veel voor GroenLinks, maar men is ook tegen kernenergie. Wat overblijft zijn wind- en zonne-energie.
Het is echter geen peuleschil om in een periode van vier jaar, want daar spreken we aangaande colleges en regeringen doorgaans over, op grote schaal over te schakelen op dergelijke energiebronnen. De vraag rijst dan of en zo ja hoeveel energie uit kolen- en kerncentrales GroenLinks op de korte termijn zou kunnen accepteren, wanneer op de langere termijn meer wind- en zonne-energie in beeld komt. De vraag rijst ook of GroenLinks het daarover met de andere beoogde coalitiepartners in Den Haag en dan met name de VVD eens had kunnen worden. Dan hebben we het nog niet gehad over het activisme dat zich bij een grootschalige overschakeling op windenergie ook tegen GroenLinks zou kunnen keren, wanneer bewoners zich verzetten tegen het neerzetten van windmolens in hun omgeving en hierover ook tot aan de Raad van State procederen.
Het zou de geloofwaardigheid van GroenLinks als potentiële regeringspartij ten goede komen, als men zich eens fundamenteel zou bezinnen op deze vragen. GroenLinks kan een waardevolle inbreng hebben in het debat over energiebeleid in relatie tot het milieu en kan in de toekomst een effectieve rol spelen in de verandering van dat beleid, als men bereid is een pragmatische, compromisgerichte koers te varen, waarbij ook andere aspecten van de energievoorziening dan louter de milieuimpact terdege betrokken worden.


