Diverse nieuwsmedia melden dat de VVD, als grootste partij in de Eerste Kamer der Staten Generaal in nieuwe samenstelling, het voorzitterschap van de senaat opeist. Zowel fractievoorzitter van de VVD en vice-voorzitter van de Eerste Kamer in oude samenstelling Heleen Dupuis als vice-fractievoorzitter Fred de Graaf zouden overwegen zich kandidaat te stellen voor het voorzitterschap dat nu bekleed wordt door de eminente CDA- er, onder andere oud-voorzitter van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa, René van der Linden.
Nu is de Fred de Graaf echter naast lid van de Eerste Kamer ook burgemeester van Apeldoorn, met ruim 156.000 inwoners in grootte de twaalfde gemeente van Nederland. Tenzij De Graaf overweegt zijn burgemeesterschap neer te leggen, wat een zeer opmerkelijke stap zou zijn, heeft het er alle schijn van dat hij de omvang van het voorzitterschap van de Eerste Kamer onderschat. Het is dat De Graaf reeds burgermeester van Apeldoorn was, toen hij tot de Eerste Kamer toetrad. Peter Rehwinkel, destijds burgemeester van de kleine gemeente Naarden en Eerste Kamerlid voor de PvdA, legde voor zijn benoeming als burgemeester van Groningen het Eerste Kamerlidmaatschap neer.
Er zitten weliswaar voordelen aan een burgemeester met goede contacten in Den Haag. Goede contacten met de landelijke politiek vereisen echter geen lidmaatschap van de senaat. Bovendien wegen de voordelen niet op tegen de bijkomende werklast. De Eerste Kamer vergadert weliswaar slechts één dag in de week, het moge duidelijk zijn dat het werk van een Eerste Kamerlid dat zijn werk goed wil doen zich niet tot die ene dag in de week beperkt, dit geldt des te meer voor de voorzitter van dat huis. Voorts moeten we vaststellen dat burgemeester van Apeldoorn geen deeltijdaanstelling is. Dan rest mij nog de heer De Graaf veel wijsheid toe te wensen bij het overwegen of hij zich kandidaat zal stellen.

